Ik heb een déjà vu, een herhaling in mijn hoofd: Wie
wordt de winnaar van de Tour?

Geen mens die het zeker weet, maar velen hebben een
ijzersterk vermoeden.

Het wordt de man die er kei-hard voor getraind heeft. Een
kerel die, naar mijn gevoel, alle verleidingen van het leven de rug heeft
toegekeerd om zich te focussen op één doel. Strak vooruit kijken, blik op
oneindig en dan op de eindstreep, en gaan.

Alles glijdt over zijn gestroomlijnde lijf heen op weg
naar het ultieme doel. Maar, net als vorig jaar, blijf ik erbij: Froome is meer
machine dan mens.

Ik hoorde gisteren bij vive le vélo dat Froome vroeger
vlinders verzamelde.

Vlinders zijn kleurrijke beesten. Hun prachtige vleugels,
waarmee ze sierlijk door de lucht glijden doen mij dromen.

Zou de jonge Froome ook zo gedagdroomd hebben bij die
schoonheid en elegantie?

Wat zou ik graag de fiets terug in de tijd nemen. Kijken
en genieten van het beeld van een kleine jongen op zijn fiets. Die op stoffige
zandpaden met zijn fietsje het zand
achter zich hoog laat opwaaien en zo achtervolgd wordt door één langgerekte
stofwolk. Alleen op kop en genietend.
Breed lachend, en misschien hoor ik daar zelfs een oerjongens-kreet.

Op zijn bagagedrager een oude doos met daarin zijn
schatten van onderweg: Vlinders.

Ik zie hoe hij, thuisgekomen, met geduld en precisie,
zijn tong een klein beetje zichtbaar van de opperste concentratie, de vleugels
heel voorzichtig tussen duim en wijsvinger neemt.

Ik geniet van dit beeld, ben vertederd door deze kleine
jongen.

Froome is blijven steken in zijn cocon. Droomt er
misschien van ooit uit te groeien tot een mooie vlinder en ik wens het hem toe.

Hij blijft voor mij een robot, een machine. Menselijke
trekjes lijken weinig toegestaan, zich inlaten met enige menselijke emotie
leidt af van de focus. Opperste concentratie is wat telt.

Hoe Froome op zijn fiets zit, hoe hij beweegt, steeds in
datzelfde patroon. Hoofd knikt opzij, been gaat omhoog, schouder mee en nog een
keer. Steeds dezelfde beweging, maar geen krimp in zijn gezicht en geen
spiertje dat anders beweegt.

Alle radartjes draaien zoals het hoort, de geoliede
machine werkt perfect. Ik vind het vaak gewoon eng om hem aan het werk te zien.

Een motor in de fiets van Cancellara? Ik wil het nooit
geloven. Een motor in het lijf van Froome? Het zou toch kunnen?

Een overwinning is voor mij mooi als het bloed, zweet en
tranen heeft gekost. Als er waaiers aan emoties zijn, kleurrijke figuren die
wegen berijden.

Mensen zijn mooi als ze niet perfect zijn, als ze fouten
maken. Omdat ik ze de perfectie niet zou gunnen?

Nee! Ik gun elke sportmens prachtige prestaties en de
mooiste records op zichzelf of op wereldniveau, maar ik kijk ook zo graag naar
hoe ze het beLEVEN.

Achter perfectie schuilt toch altijd iets?

Gun ik het Froome meer als hij af en toe een steek zou laten vallen? Als
de radartjes eens even los draaien en de emotie naar buiten komt?

Ja, zonder twijfel.

Gun ik hem de gele trui in deze Tour de France?

Vast en zeker.

Maar ik hoop, uit de grond van mijn hart, dat ie ooit uit
zijn cocon komt en we een prachtige vlinder te zien krijgen. Het zit erin, daar
ben ik van overtuigd.

En dan mag er gerust een stukje uit een vleugel zijn of
een beschadiging hier of daar, want ook dan is een vlinder nog mooi.

Het zal een bevrijding zijn voor mij, maar vooral voor
hem. Dat hij zijn vleugels kan openslaan en gaan.

You go Froome!