Beste Meneer Van’t Hek,

Mag ik U even storen? Mag
ik een heel klein beetje van uw tijd tot het mijne nemen? Ik weet en ben mij er
vol van bewust dat ieders tijd kostbaar, duur en beperkt is, maar ik beloof
plechtig: Ik hou het kort.

Ik ben, beste Youp, een
vrouw, een moeder en een kind. Dat kind gaat al het langste mee en is mij dus
het best bekend.

Als kind wilde ik de
mensheid overtuigen, elk oog open krijgen voor mijn idealen, elk zieltje voor
mijn ideeën winnen. Van mond aan mond, en van deur tot deur, was ik een
zeurende, drammende idealist. Trouwe fan van Wnf en Greenpeace, tegen bont en
stierenvechten en ten allen tijde voor de wereldvrede.

Maar vechten tegen een
bierkaai, praten tegen gesloten deuren of het overtuigen van zuchtende vrienden
is niet echt motiverend.

Misschien gaat de idealist
in jezelf dan wel even slapen, moe van de strijd. Maar echt weg gaat het niet,
helemaal uit mijn lijf zal het nooit verdwijnen.

Dat merk ik als ik U bezig
hoor beste Youp. Dan rinkelt er iets in mijn hoofd, gaat mijn hart ver open en
denk ik: JA!

Pak die spiegel, laat de
mensen kijken, naar en in zichzelf. Leren kijken, leren zien en voelen. Verder
dan hun ogen kijken, verder dan hun eigen neus lang is.

Ik ben geen roeper, geen
schreeuwer op het hoogste dak, eigenlijk zelfs geen vlotte babbelaar. Ik breng
liever, wat er in mij zit, tot leven op papier. Ik schrijf mezelf op mijn
plaats en probeer op die manier soms ook een ander te overtuigen. Maar mijn
draagwijdte is klein, mijn aanhangers
beperkt. En dat is goed zo. Een grote massa die in mijn richting kijkt zou me
alleen maar heel klein en zenuwachtig maken.

Uw volgers zijn talrijk,
uw aanzien is groot. De spiegel die U de mensen voor moet houden is van een
onmeetbare grootte, maar U doet het wel en dat vind ik oneindig mooi.

Ik hoor in U de idealist,
ik lees iemand die, zonder geweld te gebruiken, mensen een geweten probeert te
schoppen. Daar kan ik alleen maar heel veel respect voor hebben.

Respect en bedankt Youp!

Lieve groet,

Bianca