Ik wil het leven leven, beleven en voelen tot in het
diepste van mijn vezels, tot in mijn kleinste teen.

Ik wil elke dag alle deurtjes van mijn binnenste open
zetten om maximaal te kunnen voelen wat de wereld mij geeft, wat de mensen mij
brengen , wat ik zelf kan geven en laten
voelen.

Dat is mooi, intens en maakt het leven me dierbaar.

Maar soms wordt dat leven mij ineens teveel. Dan wil ik
alle deuren dichtklappen en diep in mijzelf kruipen, even niks meer horen, niks
meer zien en weinig voelen.

Als plots zo kwetsbaar blijkt wat ik in mijn hartje draag
dan verstijf ik en klapperen de deuren in mij onrustig heen en weer. Ik krijg
de bibber en voel de tranen stijgen.

De onmacht komt groots naar binnen, de machteloosheid
wandelt als een reus naar voren en ik kan niks doen. Dan voel ik mij verschrikkelijk klein en is
de wereld plots dreigend groot.

Mijn werk is niet mijn werk, het is een deel van mijn
gevoelige leven.

Het is door die gasten dat ik ben geworden wie ik ben.
Door het leven met hen zijn er veel verhalen in mijn ziel geschreven, zijn vele
deuren open gegaan en sta ik gevoeliger, maar ook mooier en opener in de
wereld.

Zij laten mij zien en voelen wat er écht belangrijk is.

Ik hou dan ook sterk aan hen vast, zij hebben mij nodig,
maar ik hen evenzeer.

Dat wordt pijnlijk duidelijk als ik door mijn vingers
voel glippen wat ik zo graag wil vasthouden. Het gevoel om niet meer te kunnen
houden wat ik heb verlamt en maakt me bang. Ik wil niet verliezen wat mijn
hartje verwarmt, het geeft me koude rillingen.

Maar af en toe is het afscheid onafwendbaar, en moet ik
er vrede mee nemen. Dat is moeilijk en zal nooit wennen, het lukt me zo
moeilijk te accepteren en het een plaatsje te geven.

Mijn deuren klappen even dicht en ik probeer de rust in
mijzelf te vinden. Even geen prikkels meer, het kan er op dit moment gewoon niet
meer bij.

De tranen zitten hoog en staan te trappelen om de
barricade over te rollen, ze zijn met zoveel, maar ik wil het niet.

Ik ben de mensen rondom mij dankbaar om de warmte die ze
mij geven.

Ik kan mijn lieve collega’s niet genoeg en oprecht
bedanken voor de stille steun die ze mij de afgelopen week gegeven hebben.

De bezorgde blikken, de vlugge schouderklopjes, lieve
woorden, bemoedigende berichtjes, het doet elke keer de traantjes komen maar
het is oké. Het zijn regenboogtranen en die zijn mooi. Gevuld met veel donker verdriet
maar ook gekleurd met een lach van dankbaarheid voor alle moois.

Ik ben een dikke gelukzak dat ik mag werken waar ik werk,
dat zoveel mooie mensen mij omringen en dat ik al die prachtige gasten in mijn
hartje mag laten wonen, dat besef ik.

Langzaam zullen mijn deurtjes weer opengaan en probeer ik
het weer, ik kan niet anders, dat is wie ik ben, alleen zo ben ik oprecht en
intens gelukkig.

Mercie iedereen om me heen, jullie zijn kanjers!!!

Bianca